sluiten

Inloggen

Log hieronder in met uw gebruikersnaam en wachtwoord.

Deze ontvangt u van ons bij het afsluiten van een (proef)abonnement.

Nog geen inlog? meld u gratis aan


Vragen?
Kunt u niet inloggen of heeft u vragen over een (proef)abonnement?.
Neem dan contact op met BIM Media Klantenservice:

sluiten

Welkom bij Kennisbank NEN 3140 inclusief norm NEN 3140

 

Kennisbank NEN 3140 inclusief norm 3140 is een samenwerking met NEN, Nederlands Normalisatie-instituut. Hierdoor is de laatste editie van de norm NEN 3140 integraal beschikbaar voor abonnees.

Hebt u al een abonnement op Kennisbank NEN 3140 en wilt u uw bestaande abonnement uitbreiden met de Norm, neem dan nu contact op met de klantenservice.


Wat biedt Kennisbank NEN 3140 incl. norm NEN 3140?

  • Oplossingen voor technische problemen
  • Volledige normtekst met uitleg
  • Metingen en inspecties
  • Uitleg en samenhang van Normen en Wetten
  • Rekenmodules 
  • Best practises
  • Interactieve formules, begrippen en tabellen
  • Lastige vragen? Die legt u zonder kosten voor aan dé experts
Nu abonneren >

Abonnement € 325,- per jaar, ieder moment opzegbaar. Meer over een abonnement op Kennisbank NEN 3140

“ De NEN 3140 boeken hielpen mij al goed op weg, maar via de Kennisbank heb ik alles bij elkaar en altijd op actueel. De kennisbank vertaalt bevat de volledige Norm NEN 3140 met links naar de praktijktische uitleg, waardoor achtergronden van de norm duidelijk worden. ”
 

Jaap Jansen,
Installatie Service Bureau

Inloggen voor abonnees


Vragen?
Kunt u niet inloggen of heeft u vragen over een abonnement?
Neem dan contact op met Vakmedianet Klantenservice in 088 58 40 888

Of stuur een e-mail naar: klantenservice@vakmedianet.nl

sluiten

Welkom bij de Kennisbank NEN3140

= Wilt u upgraden naar een Premium Account? =

Om de uitgebreide informatie op de kennisbank te kunnen lezen heeft u een inlogcode nodig. Deze ontvangt u bij het afsluiten van een abonnement. Het (proef)abonnement is per half november beschikbaar.

Waarom de NEN3140-kennisbank

  • Kennis van experts altijd beschikbaar
  • Antwoorden, oplossingen en tools
  • Toevoegen van eigen notities mogelijk
  • Praktijkcases, veelvuldig aangevuld Bekijk de voorbeelden
  • Handige formules en interactieve berekeningen. Bekijk de voorbeelden
Neem nu een abonnement >

Abonnement € 325,- per jaar, ieder moment opzegbaar. Meer over een abonnement op NEN3140

“ De NEN3140 boeken hielpen me al goed op weg, maar met de Kennisbank NEN3140 zijn antwoorden, oplossingen en tools altijd en overal beschikbaar ”
 

H. Vlottes, directeur Vlottes Electromechaniek
Installatie Service Bureau

Inloggen voor abonnees


Vragen?
Kunt u niet inloggen of heeft u vragen over een abonnement?
Neem dan contact op met Vakedianet Klantenservice

Bel onze servicedesk (open tijdens kantooruren)
Telefoonnummer: ​088 58 40 888

Of stuur een e-mail naar: klantenservice@vakmedianet.nl

Service & Advies

Redactieleden

Ing. N.J. Kluwen

Nico Kluwen is manager Meldsystemen bij EFPC B.V.-... >> Bekijk biografie

Prof. dr. ir. J.F.G. Cobben

Prof. dr. ir. J.F.G. (Sjef) Cobben (1956) is afgestudeerd... >> Bekijk biografie

Veelgestelde vragen

Aanwijzingsbeleid, bevoegdheid en aansprakelijkheid

Is de werkgever altijd aansprakelijk voor veiligheid op de werkplek? 

De werkgever dient de veiligheid op de werkplek te waarborgen. Een ding is duidelijk: hij doet er goed aan een zeer actief veiligheidsbeleid te voeren. De aansprakelijkheid van de werkgever voor schade ontstaan door bedrijfsongevallen wordt door de rechter snel aangenomen. Dat komt omdat de wet bepaalt dat de werkgever moet bewijzen dat hij niet aansprakelijk is, omdat hij de vereiste veiligheidsvoorschriften heeft nageleefd of omdat er sprake is van opzet of bewuste roekeloosheid van de werknemer.

 

Slechts bij uitzondering wordt aangenomen dat hiervan bij de werknemer sprake is. Als eenmaal vaststaat dat de werkgever aansprakelijk is, doet eventuele medeschuld van de werknemer niet meer terzake. De werkgever draait op voor alle schade, waaronder begrepen: gederfd loon, gederfde verdiencapaciteit en smartengeld. De aansprakelijkheid geldt evenzeer voor in- en uitleensituaties. Een actief veiligheidsbeleid is dus geen overbodige luxe.

 

Er is overigens heel wat voor nodig alvorens de rechter aanneemt dat er bij de werknemer sprake is van opzet of bewuste roekeloosheid. Uit een arrest van de Hoge Raad (HR 20 september 1996, NJ 1997, 198) blijkt dat zelfs geen opzet aanwezig werd geacht toen een werknemer door een dak zakte op een plek waar geen steigerdelen lagen, terwijl hij nog net tevoren door zijn werkgever in krachtige termen was gewaarschuwd van dit gedeelte weg te blijven. In een aantal situaties kan ook een verantwoordelijkheid voor de veiligheid ontstaan alsof er sprake is van een werkgever-werknemers relatie terwijl dat feitelijk niet het geval is. Dat kan bijvoorbeeld het geval zijn op een school. Het is voorgekomen dat de schoolleiding door de rechter gelijk gesteld werd aan een werkgever, met het oog op de zorgplicht voor de veiligheid van de aan de schoolleiding toevertrouwde leerlingen. 

 

Meer informatie over het voeren van personeelsbeleid en aanwijzingsbeleid.

Wij zijn een grote landelijke overheidsdienst. Binnen onze organisatie wordt een voormalige automonteur ingezet als manusje van alles. Hij verricht ook elektrotechnische werkzaamheden. Mag dat? 

Uit de vraagstelling blijkt dat de monteur geen verdere elektrotechnische opleiding heeft genoten en dat hij zelfstandig werkt zonder dat een elektrotechnisch deskundige persoon zorgt voor de veiligheid van de monteur. Het spreekt voor zich: dat mag niet.

 

De hele methodiek zoals we die in de normen NEN EN 50110 en NEN 3140 aantreffen is er op gericht dat personeel geschoold is voor de werkzaamheden die hij of zij uitvoert en dat steeds de juiste veiligheidsmaatregelen zijn genomen. De voormalige automonteur kan het beste cursussen gaan volgens en zijn werkzaamheden voorlopig beperken tot de klusjes die leken ook mogen uitvoeren. Gedacht wordt dan aan eenvoudige reparaties zoals een gewone stekker aanzetten, een lamp vervangen, een TL-buis verwisselen en een nieuwe zekering plaatsen met een waarde tot bijvoorbeeld 16A in verdeelinrichtingen met voldoende isolatie. In alle gevallen is het de verantwoordelijkheid van de werkgever te zorgen dat deze voormalige automonteur veilig werkt. Dat is zonder aanvullende opleiding en training niet mogelijk. 

 

 

 

Aan welke opleidingseisen moet de technicus voldoen om elektrische installaties te beoordelen? 

De opleidingseis voor de technici die elektrische installaties beoordelen in het kader van NEN EN 50110 en NEN 3140 is geheel afhankelijk van de complexiteit van de installatie. De technicus moet beschikken over voldoende ervaring en inzicht en dit is uiteraard afhankelijk van de installatie die hij moet beoordelen. Sommige opdrachtgevers vragen om een inspectie van de elektrische installaties of de elektrische arbeidsmiddelen welke gebaseerd zijn op een gecertificeerde procedure. In alle certificatieschema’s worden specifieke opleidingseisen gesteld aan de persoon die de inspecties uitvoert. 

 

Meer informatie over aanwijzingsbeleid.

 

Binnen ons bedrijf voeren wij een discussie over het gebruik van het begrip 'persoon' in NEN 3140. In de normtekst staat dat elke installatie onder verantwoordelijkheid van een persoon moet worden geplaatst. Bovendien staat er dat de werkverantwoordelijke en de installatieverantwoordelijke dezelfde persoon kunnen zijn. Bij de definities over de werkverantwoordelijke en de installatieverantwoordelijke wordt gesproken over iemand die is aangewezen als direct verantwoordelijke persoon voor de leiding over de werkzaamheden of voor de bedrijfsvoering van de elektrische installatie. Onze juridische afdeling vertelde ons dat er natuurlijke personen en rechtspersonen bestaan. Natuurlijke personen zijn mensen van vlees en bloed. Rechtspersonen zijn samen werkende natuurlijke personen zoals verenigingen, vennootschappen, firma’s, stichtingen en dergelijke. Onze discussie gaat over de vraag of rechtspersonen ook de taak van de installatieverantwoordelijke of werkverantwoordelijke mogen vervullen. 

Van belang is dat de verantwoordelijkheden voor de bedrijfsvoering en voor veilige werkzaamheden goed zijn geregeld. Dat kan worden geregeld door het aanwijzen van een persoon in de eigen organisatie en door aan die persoon de noodzakelijke bevoegdheid toe te kennen. De aangewezen persoon moet uiteraard voldoende deskundigheid hebben. Zie daarvoor de bijlage bij de norm. Indien binnen de eigen organisatie geen geschikte persoon aanwezig is (dat zal meestal het geval zijn), blijft de werkgever te allen tijde verantwoordelijk. In de meeste bedrijven worden elektrotechnische werkzaamheden dan uitgevoerd door een vaste installateur. We spreken dan van de huisinstallateur. Bij deze huisinstallateur zal altijd voldoende deskundigheid aanwezig zijn voor het dragen van de verantwoordelijkheid voor de veilige werkzaamheden en voor de veilige bedrijfsvoering

 

Meer informatie over aanwijzingsbeleid.

 
 

Na hoeveel jaar moet een bevoegd persoon op herhalingscursus NEN 3140?

In de praktijk komt het er op neer dat er om de twee jaar een herhalingscursus gedaan moet worden.

 

Officieel wordt er in NEN 3140 onderstaande over gezegd:

Bepaling 4.2.108 Installatieverantwoordelijken, werkverantwoordelijken, vakbekwame personen en voldoende onderrichte personen moeten periodiek worden geïnstrueerd.

 

Hierin moet het werken onder spanning zowel theoretisch als praktisch zijn verwerkt. Nadat de training met succes is voltooid, wordt veelal een certificaat of getuigschrift afgegeven. Hierin moet staan welke werkzaamheden onder spanning mogen worden uitgevoerd. De instructiefrequentie kan aan de hand van de volgende aspecten worden bepaald, zie Bijlage E van NEN 3140:

  • de ervaring van de personen;
  • de aard van de werkzaamheden;
  • de frequentie waarmee de werkzaamheden worden uitgevoerd;
  • de werkomstandigheden;
  • de omgeving van de werkplek;
  • de mate van toezicht;
  • de mate van verandering van de werkzaamheden;
  • de ervaring met betrekking tot (bijna) ongevallen.

 

Bij elk aspect kan een gradatie met score worden toegekend. De tijd tussen twee opeenvolgende instructies wordt bepaald aan de hand van de som van de afzonderlijke scores van de negen aspecten. In afbeelding B.1 is dit grafisch weergegeven. Langs de horizontale as is de instructiefrequentie in jaren uitgezet. Langs de verticale as is de totale score uitgezet. 

 

 

Van het personeel wordt geëist dat het zich houdt aan de eisen, regels en instructies die in de instructie worden overgedragen. Als de bedrijfsvoorschriften worden gewijzigd, dienen de betrokkenen hier ook instructie over te krijgen. Personen die tussen twee instructies door in dienst treden, moeten op zeer korte termijn de instructie over veilig werken krijgen; hiermee kan niet worden gewacht tot de volgende instructie. 

 

Meer informatie over het bepalen van de instructiefrequentie.

 

Wij bouwen vanuit een projectenorganisatie installaties voor klanten over de hele wereld. Schakelkasten worden door paneelbouwers toegeleverd. We testen delen van de installatie bij ons in de werkplaats. Vervolgens worden de installaties op locatie wereldwijd opgesteld, bekabeld en in bedrijf genomen. Deze worden vervolgens overgedragen aan onze opdrachtgevers. Wat moeten wij regelen in het kader van de NEN3140. Voor onze eigen gebouwgebonden installaties hebben we alles wel geregeld via de technische dienst.

De schakelpanelen zullen moeten voldoen aan de NEN-EN-IEC 61439.

De medewerkers die deze installatie op locatie monteren en in bedrijfstellen zal u minimaal moeten aanwijzen als vakbekwaam persoon en in de aanweijzing vermelden dat zij bevoegd zijn om dergelijke installaties te monteren, in bedrijf te nemen en eventueel een inspectie op uit te voeren.

In een wooncomplex met huur- en koopwoningen, met een aantal algemene ruimten, zoals trappenhuis, gangen etc. Valt dit onder de Arbowet en is hier de NEN 3140 van toepassing, en waarom?

Neen, dit valt niet onder de Arbeidsomstandighedenwet. Er is geen arbeidsrelatie tussen de bewoners en de eigenaar van het wooncomplex.   De eigenaar dient er ... Lees meer »

Elektrische installaties

Kan het zijn dat in specifieke gevallen ontheffing wordt verleend door de Inspectie SZW voor de verplichtingen zoals die voortkomen uit NEN 3140? Mag ik bijvoorbeeld, met toestemming van de Inspectie SZW, onder spanning werken? 

Overleg met de Inspectie SZW is uiteraard altijd mogelijk. Moet een ingewikkelde situatie worden beoordeeld of moet voor een zeer uitgebreide klus een veiligheidsplan worden opgesteld, dan is de Inspectie SZW altijd bereid aan te schuiven aan de vergadertafel. Men is bereid mee te denken en te adviseren als het gaat over het opzetten van een veilige werkmethode of het interpreteren van normen, voorschriften en richtlijnen. Nooit echter zal de Inspectie SZW een ontheffing geven voor de verplichtingen zoals die voortkomen uit wet- en regelgeving. Dikwijls wordt de interpretatie van een voorschrift gezien als een ontheffing van dat voorschrift. Dat is een onjuiste beoordeling van de gang van zaken. De Inspectie SZW mist, op juiste gronden, de wettelijke mogelijkheid om een ontheffing te verlenen. 

 

Meer informatie over de werkprocedures bij werk onder spanning.

We hebben te maken met een samenstel van verschillende motoren die samen één machine vormen, en die worden gevoed en aangestuurd vanuit een centrale kast. Hoe moet een betrouwbare inspectie worden uitgevoerd en hoe moet die worden gedocumenteerd? 

Deze situatie komt zeer veel voor. Denk maar aan de verpakkingsmachines of een eenvoudige keukeninrichting met transportbanden, vaatwasser en dergelijke. Of aan kopieerapparaten en machines zoals overheaddeuren en roltrappen. Steeds is van belang te inspecteren volgens de criteria die aan het ontwerp ten grondslag hebben gelegen. Bij machines niet ouder dan tien jaar is dat eenvoudig. De specificatie die is gebruikt voor de elektrische uitrusting op machines vinden we in de norm NEN-EN 60204. Onder machines wordt ook verstaan een samenstel van meerdere machines. We kunnen die machines herkennen omdat ze zijn vervaardigd volgens de Machinerichtlijn. Altijd zijn ze voorzien van een CE-markering. Bij deze machines hoort altijd aangegeven te zijn op welke wijze onderhoud moet worden gepleegd en waarop bij inspecties moet worden gelet.

 

Dikwijls ontbreken die gegevens, en zal de technicus die de inspectie uitvoert, zelf moeten bepalen op welke wijze hij inspecteert. Dat vraagt veel vakmanschap, inzicht en ervaring. In NEN 3140 vinden we de risicofactoren waarop moet worden gelet en standaard waarden voor de belangrijkste elektrotechnische grootheden. Worden de inspecties uitgevoerd door technici van de fabrikant die de machine heeft vervaardigd of geïmporteerd, dan wordt waarschijnlijk gewerkt met een inspectieprotocol dat is opgesteld voor die specifieke machine en dat regelmatig wordt bijgesteld als de resultaten daartoe aanleiding geven.

 

Dikwijls zal de inspectie door de medewerker van de fabrikant de voorkeur hebben boven de inspectie door een algemene elektrotechnische medewerker. Die inspecties kunnen dan worden uitgevoerd aansluitend op de algemene onderhoudswerkzaamheden. Voor liften, hijswerktuigen en dergelijke zijn speciale inspectieprotocollen ontwikkeld, die verplicht moeten worden toegepast. Personen die dergelijke inspecties uitvoeren zijn altijd speciaal opgeleid en veelal gecertificeerd voor die specifieke werkzaamheden. Soms worden elektrotechnische installaties voor een samenstel van machines uitgevoerd op basis van NEN 1010. De inspectie zal dan niet veel anders zijn dan de inspectie van een gewone elektrische installatie.

 

Oudere machines zijn dikwijls ontworpen naar het eigen inzicht van de fabrikant. Deze oudere machines zullen moeten worden geïnspecteerd op basis van algemene beginselen van goed vakmanschap. Op grond van de bepalingen in de Arbo-wet mag worden verwacht dat de veiligheid van deze oudere machines overeen komt met de veiligheid die daarvan op grond van de huidige stand van de techniek kan worden verwacht. Bij het beoordelen van oudere machines zal daarmee terdege rekening moeten worden gehouden. Goed overleg vooraf met de opdrachtgever is voor een zorgvuldige beoordeling van groot belang. 

 

Meer informatie over het inspecteren van een bestaande elektrische installatie en het inspectierapport.

 

Meerdere keren meet ik de beschermingsleiding door in de installaties. Deze geeft tot nu toe 0 ohm aan. Dit geeft mij de bevestiging dat de beschermingsleiding met elkaar verbonden is. Echter kan ik in de norm niet herleiden of vinden wat voor criteria hiermee gemoeid gaan. Zou u me dat kunnen vertellen? Verder de aanspreektijd van de aardlekschakelaar. Klopt het dat deze bij een 30mA maximaal 300 ms?

De uitschakeltijd van de aardlekschakelaar is inderdaad 300 ms.

 

Met betrekking tot de beschermingsleiding is de conclusie juist dat deze niet is onderbroken.

Daarnaast wordt de circuitweerstand gemeten waarbij afhankelijk van het stroomstelsel aan een bepaalde uitschakeltijd moet zijn voldaan. (TT-stelsel eindgroep 0,2 sec.) bij een gG patroon mag de circuitweerstand dan maximaal 2,0 ohm bedragen. Voor de verschillende beveiligingen zijn uiteraard verschillende waarden van de circuitweerstand aanwezig. In de kennisbank is een tabel opgenomen waarin het een en ander is opgenomen.

Een klant van ons heeft een woning uit de jaren 30. In dit pand is een opbouw installatie aanwezig maar met de leidingen in de muur. Voor de helft heeft het installatiemateriaal wel en geen montageplaten. Is dit wel of niet verplicht?

De montageplaat is verplicht indien het installatiemateriaal op een brandbare ondergrond (zoals hout) is gemonteerd. Voor het overige zijn er geen voorwaarden. Lees meer »

Voor een klant dienen wij een voedingskabel door de grond aan te leggen bij een gebouw dat in de toekomst nog kan worden uitgebreid. De voorkeurspositie voor de kabel ligt zodanig dat het uit te breiden deel van het gebouw later over de voedingskabel zal worden heengebouwd. Mag dit volgens de geldende normen? Het alternatief is langer en brengt de nodige (extra) kosten met zich mee.

In de norm staat nergens dat een voedingskabel niet onder een gebouw mag worden gelegd, echter bij een storing of breuk zal de kabel niet bereikbaar zijn en zal men ... Lees meer »

Gereedschap en meetinstrumenten

Wat wordt in het kader van NEN 3140 onder een proeflamp verstaan en mag zo’n lamp nog worden toegepast?

Onder het begrip proeflamp wordt in NEN 3140 bedoeld een losse lamphouder (fitting) met daarin een normale gloeilamp en twee aansluitdraden om al dan niet de spanningsloosheid te kunnen vaststellen. Een vast aangebrachte lamphouder, vast verbonden met de nul en verbonden met een losse draad en proefpen is geen proeflamp zoals in de NEN 3140 wordt bedoeld. Dit systeem wordt zeer veel bij laagspanningsverdeelrekken van elektriciteitsbedrijven toegepast.

 

Het niet toestaan van een losse proeflamp in de NEN 3140 is onder andere op het volgende gebaseerd:

  • Zeer kwetsbaar in verband met stoten en dergelijke van de lamp.
  • Onvoldoende bescherming van de gebruiker.
  • Normale gloeilamp is voor maximaal 240 volt. Als hiermee op een 400 volt installatie getest wordt, springt de lamp kapot met alle mogelijke gevolgen zowel voor de mens als voor de installatie.

 

Welke gereedschappen en persoonlijke beschermingsmiddelen moet je verplicht in huis hebben om inspecties te mogen uitvoeren? Ik bedoel hierbij niet de meetinstrumenten.

Met deze vraag wordt gedoeld op de ‘inspectiekoffers’ die een fabrikant enige jaren geleden op de markt bracht. Voor het uitvoeren van inspecties zijn alleen die gereedschappen nodig die uit de werkzaamheden zelf voortkomen. Dat zijn de gebruikelijke gereedschappen van een elektrotechnicus voor sterkstroominstallaties.

 

Meer informatie over het inspecteren en beheren van elektrische apparatuur.

Medisch gebruikte ruimten

Er wordt een S2 ruimte verbouwd en hier wordt een extra groep in geplaatst. Moet deze ruimte dan naar K2 gebracht worden? Er zijn nu aardlekschakelaars gebruikt.

 

Door de ruimte te wijzigen, ontstaat een nieuwe situatie. Dus ja, uw nieuwe classificatie zal K2 worden, uiteraard afhankelijk van de medische handelingen die er worden verricht. Daarnaast wordt de installatie uitgebreid. Deze uitbreiding zal conform de nieuwe veiligheidsbepalingen moeten worden gerealiseerd. Nu is het een vreemde situatie dat een gedeelte van de ruimte ontworpen en aangelegd is volgens S2 en het nieuwe gedeelte volgens K2. In deze situatie zult u dus de gehele ruimte moeten aanpassen aan de nieuwe voorschriften.

 

Inspectie

Het doel van het uitvoeren van de inspectie van de elektrische installatie, elektrische uitrusting van machines en elektrische apparatuur  is het controleren of de installatie voldoet aan de eisen zoals opgenomen in de NEN 1010 “Veiligheidsbepalingen voor laagspanningsinstallaties”.     Wij werken vaak met installaties in een industriële omgeving en hebben daar vaak te maken met NEN 60204. Maar bijvoorbeeld ook ATEX richtlijnen.   Moet het bovenstaande doel niet zijn dat het moet voldoen aan de (destijds) geldende van toepassing zijnde normen? Want als men stelt dat het alleen moet voldoen aan de NEN 1010 dan zou men de conclusie kunnen trekken dat installatie die niet vallen onder de NEN 1010 ook niet gekeurd hoeven te worden volgens de NEN 3140. Dus installaties die vallen onder NEN 60204 hoeven niet gekeurd te worden in het kader van de NEN-3140?

 

De installaties die in ruimten met gas- of stofontploffingsgevaar zijn aangelegd, moeten uiteraard voldoen aan de NEN-EN-IEC 60079-14. De inspectie van deze installaties en het equipment is geregeld in de NEN-en-IEC 60079-17. Hierin staat onder andere vermeld dat de minimale inspectiefrequentie eenmaal per 3 jaar is. Daarnaast zijn er nog andere voorwaarden. Op kennisbank ATEX is hierover het een en ander terug te vinden.
 

Met betrekking tot de machines geldt voor de elektrische uitrusting de NEN-EN-IEC 60204. In deze norm is een apart hoofdstuk over inspectie opgenomen, namelijk hoofdstuk 20. Daarnaast is voor verplaatsbare apparatuur en apparatuur op de vaste elektrische installaties een apart gedeelte aandacht in de kennisbank besteed.

Al met al daar waar er specialistische normen aanwezig zijn, zullen deze gelden. De NEN 3140 gaat over de elektrische bedrijfsvoorschriften van de elektrische installaties en dat is meer dan alleen inspectie.
Wat er gelezen moet worden, is dat het ontwerp en de aanleg van de elektrische installatie moeten voldoen aan de NEN 1010 indien er geen specialistische andere normen aanwezig zijn.
 

 

Tijdens het inspecteren van de elektrische installatie is ons ook gevraagd of we een haspel en drie stuks elektrische handgereedschap willen keuren. hierbij hebben wij een aantal vragen: 1. Mag de stekker van een haspel vervangen worden door een losse stekker of moet deze aangegoten zijn? 2. Mag de stekker van een verlengsnoer vervangen worden of moet er een nieuwe verlengsnoer komen?

Op zowel de kabelhaspel als op het verlengsnoer is een CE-marking aangebracht. Indien wijzigingen worden aangebracht dan zal de leverancier/fabrikant nooit meer ... Lees meer »

Overig

Een bedrijf wil over gaan op vaartuigen die op accu's aangedreven elektromotoren gaan varen met een groot vermogen. Is er voor het beheer en onderhoud aan deze accu's aangedreven elektrische vaartuigen al een NTA of Norm die kan worden gehanteerd?

Voor de elektrische installaties voor kleine vaartuigen is de volgende norm aanwezig:

IEC 60092-507:2008 en Elektrische installaties aan boord van schepen - Deel 507: Kleine vaartuigen

 

Daarnaast zijn er nog vele andere normen op dit gebied die heel specifiek zijn. Zie hiervoor de www.nen.nl

 

Tevens is voor de bedrijfsvoering van ook deze installaties de NEN-EN 50110 en de NEN 3140 van toepassing.

Stel uw vraag

Heeft u geen oplossing voor uw probleem gevonden? Abonnees krijgen de mogelijkheid om vragen te stellen aan onze deskundige expert(s). Binnen een week kunt u een antwoord verwachten.
Klik hier voor het stel uw vraag formulier